❝Dan hoor je de plaat van je achterwiel suizen en is er alleen maar geluk❞

De Tijdrit Almere 2019

[Reportage] Op een grasveld in Almere Haven lopen mensen in snelpakken. Rood met zwart, blauw met wit, rood-wit-blauw, oranje — strakke pakken in strakke kleuren. Met aan hun hand een superstrakke fiets. Anderen spelden hun startnummer op, frunniken aan de kinband van een helm, of eten nog een laatste banaan. Het is zaterdag 20 april 2019 en vandaag is Almere voor één dag weer ‘Tijdrit City’: hét moment om de benen te testen.

Onder een zwart afdak draaien twee mannen zich warm. Terwijl knieën op en neer gaan, wielen op rollerbanken suizen en de eerste zweetdruppels op hun voorhoofden verschijnen, ligt even verderop het parcours te wachten. Glad, hard en kaarsrecht steekt het geasfalteerde tijdrittraject zich af, ingeklemd tussen het spiegelende Gooimeer aan haar ene zijde en een in rust gehulde begraafplaats aan haar andere. Daar, op de Gooimeerdijk-Oost, zingen straks achterwielplaten van minimaal 500 fanatiekelingen.   

De Tijdrit Almere staat bij insiders bekend als opwarmer voor het aankomende triathlonseizoen. Ieder jaar in april strijden deelnemers over een afstand van 14, 28 of 42 kilometer tegen zichzelf, de elementen en tegen hun mederenners. Voor triathleet Hans is het helder: “Ik doe mee om me voor te bereiden op het komende seizoen. Met deze tijdrit weet ik hoe ik er voor sta.”

 


Waarom hij nerveus is

snapt hij zelf ook niet

.

De vijftigplusser reed zojuist het parkeerterrein op en staat nu met zijn fiets bij de openstaande achterklep van zijn donkerblauwe Volkswagen Variant. Hij is druk met een fietspomp. Steeds opnieuw plaatst hij de nippel van het apparaat op het ventiel, maar telkens als hij begint met pompen springt deze er weer van af.

Hans heeft geen idee hoe het zal gaan, het is zijn eerste evenement van dit jaar. Wel heeft hij er veel zin. Triathlons doet hij al jaren en echt voor zijn plezier. Terwijl hij druk praat, probeert hij ondertussen omslachtig lucht in de banden te krijgen. Waarom hij nerveus is snapt hij zelf ook niet. “Dat is eigenlijk nergens voor nodig.” 

Een half uur later schuift een groep mannen opgesteld in rijen van twee langzaamaan in de richting van het startpodium. Met de helm op en met bedekte ogen door zonnebril of vizier praten ze gemoedelijk met elkaar. Iedere twintig seconden vertrekt de volgende.

Hoe dichter ze bij de start komen, hoe stiller ze worden. Tot alleen de startbegeleider nog te horen is: “Drie, twee, een, start!” Staand op de pedalen vertrekt Marcel Peschier. Met startnummer 4-20 rijdt hij om precies 11:09:00 uur met al zijn kracht het podium af om zoveel mogelijk vaart te maken voor zijn race van 42 kilometer.

Voor Marcel is tijdrijden niet alleen een lichamelijke training maar ook een mentale. Als hij fijn rijdt, voelt het alsof hij in het oog van de orkaan is. “Alles om je heen vraagt aandacht, alles doet op een gegeven moment pijn, maar je ervaart op dat moment alleen maar rust. Dan hoor je de plaat van je achterwiel suizen en is er alleen maar geluk.”

 


De zon weerkaatst schel in

zijn zilverkleurige geblindeerde vizier

.

Na 1 uur, 5 minuten en 7 seconden continu zo hard mogelijk fietsen finisht Marcel. Met een vaart van 47,2 km. per uur stormt hij over de finishstreep. Dan klinkt luid en doordringend het piepen van remmen, het achterwiel schokt op en neer. Hortend en stotend vertraagt hij en na tientallen meters staat hij stil – niet ver van de drankpost. 11 minuten en 29 seconden na de nummer een en met een 37 plaats is de kop van het seizoen eraf.

Het zweet gutst langs zijn wangen en een stroom van vocht glijdt zijn hals in om daarna te verdwijnen in de zwarte boord van zijn rood-zwart-witte pak. Naast zijn rechtermondhoek plakken zwarte stippen: pootjes en vleugeltjes, restanten van een gratis poldersnack. 

Terwijl zijn borst hevig op en neer deint raspt zijn ademhaling zwaar. Hij hangt voorover over het stuur, zijn hoofd tussen zijn schouders. Een zweem verbrand rubber prikkelt de neusvleugels: fietsband op asfalt. Dan richt hij zich op, de zon weerkaatst schel in zijn zilverkleurige geblindeerde vizier: “Aarrgghh . . . ik had echt geen benen!”

De ene rijder na de andere passeert de triomfboog. Zo ook Hans: “Mijn tijd? 1:12:53? Mooi.” Hij grijnst breed. “Fijn dat het seizoen weer is begonnen!”

 

Marcel Peschier (45) tijdens zijn race op de Gooimeerdijk-Oost | Foto: Esther de Haas

2 gedachten over “❝Dan hoor je de plaat van je achterwiel suizen en is er alleen maar geluk❞

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s